Jaarverslag toxicovigilantie biociden 2024
Analyse van oproepen in verband met biociden
Op vraag van de dienst Biociden van de FOD Volksgezondheid heeft het Antigifcentrum een analyse uitgevoerd van de oproepen die in 2024 in België werden ontvangen met betrekking tot biociden.
Van de 63.928 geregistreerde oproepen hadden 3.140 oproepen betrekking op biociden, goed voor 3300 slachtoffers (zowel blootstelling aan mensen en dieren). Het merendeel van de gemelde blootstelling bij mensen (1.323 volwassenen en 1.052 kinderen betrokken) is toe te schrijven aan ontsmettingsmiddelen (groep 1) en plaagbestrijdingsmiddelen (groep 3).
Verdeling van de getroffen groepen
Volwassenen vormen de groep die het meest getroffen is door de gemelde blootstellingen aan biociden (38,9%), gevolgd door kinderen (32%) en dieren (29,1%). De aard van de producten verschilt per doelgroep. Volwassenen worden vooral blootgesteld aan ontsmettingsmiddelen (62,6%), terwijl kinderen voornamelijk in contact komen met plaagbestrijdingsmiddelen (56,8%) en ontsmettingsmiddelen (42,3%). Dieren (vooral honden, gevolgd door katten) worden overwegend blootgesteld aan plaagbestrijdingsmiddelen (91,7%).
Blootstellingsroutes en symptomen
De blootstellingsroutes verschillen naargelang de leeftijd van het slachtoffer en het soort biocide. Bij kinderen is orale blootstelling het meest voorkomend, wat te verklaren is door hun verkennende gedrag. Bij volwassenen zijn de blootstellingsroutes gevarieerder, afhankelijk van de vorm van het product en de gebruiksomstandigheden, bijvoorbeeld inademing bij het gebruik van een spray (zoals insecticiden). Bij dieren blijft orale blootstelling het meest gemeld.
De waargenomen symptomen zijn sterk afhankelijk van de categorie van het gebruikte biocide en de specifieke eigenschappen van de werkzame stoffen. Sommige producten veroorzaken onmiddellijke symptomen, dit is het geval bij producten die chloordampen vrijgeven, terwijl andere een vertraagde effect hebben, zoals antistollingsmiddelen (PT14).
Trends in verband met COVID-19 en seizoensgebonden schommelingen
De COVID-19 pandemie heeft indirect geleid tot een toename van het aantal oproepen over blootstellingen aan desinfectiemiddelen voor zowel menselijke hygiëne als milieugebruik (productsoort 1 of 2). In 2021, 2022 en 2023 bleef het aantal meldingen voor de productsoorten 1 & 2 hoger dan vóór de pandemie. Voor productsoort 2 is het aantal meldingen in 2024 zelfs hoger dan in 2022 en 2023. Daarnaast ziet het Antigifcentrum een duidelijke seizoensgebonden stijging tijdens de zomermaanden, zowel bij mensen als dieren. Dit hangt samen met het gebruik van producten zoals zwembadontsmettingsmiddelen, rodenticiden (PT14), insecticiden (PT18) en afweermiddelen of lokkende middelen (PT19).
Belang van preventie en veilig gebruik
Een groot deel van de blootstellingen en ongevallen kan worden voorkomen door biociden op de juiste manier te bewaren en kinderen en huisdieren tijdens en na het gebruik op afstand te houden.
Het nauwkeurig lezen van het etiket blijft belangrijk, zodat de juiste toepassingsmethoden worden gevolgd en de juiste beschermingsmiddelen worden gebruikt, zowel voor gebruikers als voor verkopers. De aanbevelingen van het Antigifcentrum worden ook gebruikt in bewustmakingscampagnes zoals lezenvoorgebruik.be
Noodzaak van voortdurende waakzaamheid
Biociden zijn geen onschuldige producten. Het is belangrijk om goed geïnformeerd te zijn over de voorzorgsmaatregelen en de juiste gebruiksmethoden, om ze veilig te kunnen hanteren en hun doeltreffendheid te garanderen. Enkele eenvoudige tips kunnen al ongelukken voorkomen: houd kinderen op afstand tijdens en na het gebruik van biociden, bewaar de producten buiten hun bereik en giet een biocide nooit over in een andere verpakking.
Meer weten